Declinism

phil-henry-R-y4UiUruh0-unsplash

“Als je het gevoel hebt dat alles naar de sodemieter gaat”

“Als zelfs onze premier kan liegen, alsnog vertrouwen krijgt en waarschijnlijk nog een termijn premier wordt… dan is onze maatschappij echt de afgrond aan het inglijden.” Gek genoeg herken ik me de laatste tijd veel in deze gedachten van verval. Dat gebeurt vooral als ik in het nieuws lees over hoe het corona noodbeleid uitpakt, de klimaatcrisis wordt bestreden en hoe ongelijkheid ogenschijnlijk toeneemt tussen groepen in de samenleving. Dit zijn overduidelijk signalen dat onze beschaving haar piek heeft bereikt. Het onvermijdelijke vervolg is nog meer ellende en uiteindelijk ineenstorting van onze maatschappij. Of is het toch die verraderlijke declinism bias?

Declinism (vrij vertaald ‘afname/verval’) is een overtuiging dat de maatschappij, of beschaving, in verval aan het raken is. Onze ervaring van deze bias wordt op twee manieren op scherp gezet. Enerzijds, zien we het verleden vaak te rooskleurig, zoals we eerder beschreven in onze blog over rosy retrospection. Anderzijds, richten we ons in het heden makkelijker op negatieve informatie zoals teleurstellingen, risico’s en bedreigingen, de negativity bias. De ogenschijnlijke kloof tussen de twee doet ons denken dat het steeds slechter gaat met de wereld.

Deze spanning wordt bovendien ook nog eens op scherp gezet door moderne nieuwsmedia, die zich vooral richten op de rampen en heftige ontwikkelingen in de wereld. Onze negativity bias wordt daarmee versterkt. Het nieuws laat alleen maar negatieve dingen zien omdat dat onze aandacht, en daarmee kijkcijfers, trekt. Waarna ons brein op hol slaat van al het slechte nieuws dat we zien. Zo worden we in onze overtuiging ‘dat het niet zo best gaat met de wereld’ onevenredig bevestigd. 

Doe eens dit experiment bij jezelf. Geloof je de volgende stellingen?

  • “We hebben het afgelopen jaar minder vertrouwen gekregen in de politiek en de rechterlijke macht.”
  • “Onze welvaartservaring in Nederland neemt af in de laatste jaren.”

Ja? Dat is begrijpelijk. Want dit is precies wat declinism doet. Beide stellingen zijn echter niet waar1. We hebben het afgelopen jaar juist meer vertrouwen gekregen in de politieke en rechterlijke macht, en onze welvaartservaring neemt toe. Maar als we deze stellingen positief formuleren, reageren we eerder met scepsis dan dat we het aannemen.

Waarom hebben we deze bias dan? Wat is de functie ? Dat is nog niet eenduidig gebleken uit onderzoek. Wel wordt het sterk in verband gebracht met ons overlevingsmechanisme enerzijds; het alert zijn op risico’s en negativiteit. Overoptimistische soortgenoten werden namelijk eerder opgepeuzeld omdat ze meer risico’s namen. En anderzijds met een emotionele uitlaatklep die ons in staat stelt om te zelf-sussen als we geconfronteerd worden met veel indrukwekkende prikkels en bijkomende spanningen. Cynisme als een fast-food vorm van omgaan met de stress van alledag2.

Maar wat is er nu zo erg aan een dosis scepsis en negativisme over onze maatschappelijk toekomst? Op zichzelf is een beetje maatschappijkritisch denken niet verkeerd. Alleen zorgt een meer cynische houding wel voor een overmatig pessimisme en schadelijke effecten. Zo wordt declinism op persoonsniveau in verband gebracht met een toename in het aantal depressies3. Bovendien kijken we met een onrealistische blik naar de toekomst. Wat ervoor zorgt dat we geen adequate besluiten nemen voor die toekomst. Als we geloven dat onze maatschappij in verval is, dan gaan we acties inzetten op het tegengaan van dat verval. Wanneer we onterecht geloven dat dit aan de hand is slaan we de plank mis met doordat we problemen adresseren die we niet echt hebben. 

Of het leidt er juist toe dat we autonoom handelen vermijden4. Wat dit betekent is dat we door onze cynische houding naast een negatieve attitude ook een bepaalde afstand tot een maatschappelijke ontwikkeling scheppen. Als we deze afstand te groot maken, dan neigen we om proactief gedrag te vermijden, zoals bijvoorbeeld ons mengen in een publiek debat over de waarde van ons democratisch bestel, omdat het voelt dat het ’te groot is’ om invloed op te hebben. We zien ons democratisch bestel, waarschijnlijk grotendeels onterecht, als een onmiskenbare flop en besluiten en masse niet meer te participeren. Met als gevolg dat we niet meer gaan stemmen en ons ook in het dagelijks leven minder solidair opstellen naar anderen. Bizar genoeg zorgt ons gedrag in dit hypothetische voorbeeld juist voor een ondermijning van het democratisch model; een self-fulfilling prophecy.

Wat is er dan aan te doen? Eigenlijk is de remedie op papier vrij eenvoudig. En dit kan grofweg twee kanten op. 1) Of we gaan bewijs zoeken dat het verleden niet zo positief was als we ons vandaag realiseren. 2) Of we gaan bewijs zoeken dat er in het heden en de toekomst meer positieve ontwikkelingen plaats vinden dan we ons intuïtief bewust zijn. Los van de insteek is de sleutel om te vertragen en een analytische exercitie te starten na(ast) een gevoelskwestie. Let er dan wel even op dat je vanuit je geheugen feiten van fictie scheidt. Zodat je herinneringen voor herinneringen aanziet, en niet als noviteiten. Meer daarover in onze volgende blog over cryptomnesia

Referenties
1 Etchells, P. 2018. Declinism: Is the world actually getting worse? The Guardian 14 februari
2 Breuning, L.G., 2016. The Science of Positivity: Stop Negative Thought Patterns by Changing Your Brain Chemistry. Adams Media Corporation: MA.