Reactive devaluation

felicia-varzari-1m-jsPMJqo0-unsplash

“We nemen liever geen ideeën over van oelewappers”

Het politieke debat over het beleid rondom de huidige crises boeit mij. De besluiten gaan mij en mijn toekomst namelijk aan. Ik neig naar progressieve en linkse politieke partijen. Duurzaamheid en investeren in een balans tussen milieu en economie vind ik belangrijk. New/European Green Deals ben ik erg voorstander van. Maar toen laatst die rechts-populistische anti-EU politicus kwam met een voorstel om kolencentralen versneld te sluiten en te investeren in windenergie was ik sceptisch.

Je herkent het zelf misschien ook wel, de neiging om niet te lachen om die goeie grap van iemand aan wie je een hekel hebt. We hebben de neiging ons te laten beïnvloeden door wíe informatie aandraagt. Wanneer dat gebeurt speelt de reactive devaluation ons parten. Het gevolg is dat we goede kansen op innovatie, verbondenheid en empathie laten liggen. Hoe komt dat nou eigenlijk?

We delen mensen in onze omgeving mentaal in twee categorieën in. De eerste is de zogenaamde in-group. Dit zijn mensen die op ons lijken, doordat ze onze overtuigingen en manier van doen delen. Of omdat ze karaktereigenschappen vertonen die we bewonderen of zelf nastreven. De tweede categorie is de zogenaamde out-group. Daar vallen de mensen in die (sterk) van ons verschillen in overtuigingen en manieren van doen, en die karaktereigenschappen vertonen die wij absoluut niet nastreven of waar we zelfs weerstand tegen bieden.

De categorisering van in-group en out-group stelt ons in staat om onszelf met mensen te omringen waar we goed mee kunnen samenwerken. Dat zorgt ervoor dat we een betere kans hebben te overleven. De out-group mensen vormen echter een risico op ons soepele voortbestaan. Want zij zullen voor andere belangen kiezen dan wij. Deze categorisering levert dus een hoop op, maar het veroorzaakt ook problemen. Psychologisch gezien hebben we namelijk de neiging om meer waarde te hechten aan de ideeën van mensen in onze in-group dan mensen in de out-group.1 Sterker nog, we zijn vaak sceptisch richting ideeën van die laatste. Ook als die blijken aan te sluiten bij onze doelen. Dat maakt het moeilijk de kloof te overbruggen tussen twee kampen.

Als je kijkt naar het internationale toneel zie je de reactieve devaluatie op veel fronten. Conflicten tussen naties en etnische groeperingen, in het Midden-Oosten bijvoorbeeld, zijn intuïtief slecht voor iedereen. Tegelijk zijn de belangen zo tegengesteld dat overbrugging onmogelijk lijkt. Wanneer er dan een hoopgevend vredesverdrag klaarligt, spat deze toch uit elkaar vanwege de onbewuste onwil om redelijke belangen van de ‘tegenstander’ te accepteren. Puur omdat de belangen die van de tegenstander zijn.2 Om dit te voorkomen wordt dan gewerkt met een neutrale derde partij. Om de reactieve devaluatie te hedgen als het ware.3

Wanneer tegengestelde belangen of filosofieën heersen krijgen je dus onvermijdelijk met reactieve devaluatie te maken. Als je je empathisch en compassievol opstelt richting tegenstanders dan bereik je (samen) waarschijnlijk veel meer dan wanneer je vasthoudt aan de ideeën van jaknikkers. Wees je alleen wel bewust dat je niet zo rationeel handelt als je denkt. Anders kan je zo maar vallen voor de (hot-cold state) empathy gap.
Referenties
1 Taylor, D. M. & Doria, J. R., 1981. “Self-serving and group-serving bias in attribution”. Journal of Social Psychology, 113 (2): pp. 201–211.
 
2 Ross, R.L., 1995. “Reactive Devaluation in Negotiation and Conflict Resolution”, in Arrow, et al., eds., Barriers to Conflict Resolution. New York: W.W. Norton & Company: pp. 27-42.